Dit onderzoek wil een bijdrage leveren aan de kennis van de Antwerpse majolicategelproductie uit de 16de – begin 17de eeuw, de collectie van het MAS ontsluiten voor het grote publiek en een basis leggen voor verder onderzoek.

Het MAS – Museum aan de Stroom – situeert zich aan de noordzijde van de stad, op het “Eilandje” tussen het Willemdok en het Bonapartedok, beide aangelegd door Napoleon. Op de plaats waar nu het MAS staat, stond vroeger het monumentale Hanzehuis of Oostershuis. Dit werd in 1564 gebouwd door Cornelis Floris de Vriendt, die enkele jaren voordien ook het stadhuis van Antwerpen had ontworpen. Nadat het Hanzehuis in de loop der jaren meerdere functies had vervuld en in 1893 verwoest werd door een felle brand, werd het op die plaats nieuwgebouwde graanmagazijn uiteindelijk afgebroken om in 2011 plaats te maken voor het Museum aan de Stroom. Het MAS werd voor het publiek geopend op 14 mei 2011 en bood vanaf dan onderdak aan de collecties van Museum Het Vleeshuis, het Nationaal Scheepvaartmuseum, het Etnografisch Museum en het Volkskundemuseum die omstreeks die tijd definitief hun deuren sloten.

De collectie majolicategels uit het voormalig Museum Vleeshuis kreeg nu onderdak in het depot van het MAS. De studie van deze collectie was reeds van start gegaan lang voor de verhuis naar het MAS, vandaar de talloze verwijzingen naar “museum Het Vleeshuis”

  1. Een eerste studie betreft een reeks randtegels van tableaus in de aard van de randtegels van het zogenaamde Saulustableau, het 98-tegels tellend tableau met de voorstelling van de “Bekering van Saulus op weg naar Damascus”. In totaal konden 36 verschillende decors geïdentificeerd worden afkomstig van tenminste 18 tegeltableaus.
  2. In een tweede deel worden 43 majolicategels bestudeerd die een ornamentaal decor vertonen. Een groot aantal ervan bevat geometrische figuren of delen ervan, die ingevuld zijn met kleurrijke arabesken. Meerdere exemplaren zijn nodig om het hele decoratief schema onder ogen te brengen.
  3. in een derde studie (die nog in ontwikkeling is) worden majolicategels met een figuratief decor samengebracht. De voorstelling op deze tegels is beperkt tot het tegelvlak zelf en bevindt zich meestal in een omlijsting, waarvan het kwadraat of de cirkelband de meest voorkomende types zijn.
  4. Het onderzoek naar de herkomst van het hoger vermeld Saulustableau vormt het onderwerp van de vierde studie. Het uitgangspunt hierbij is het archivalisch gegeven dat dit tegeltableau in 1890 door zilversmid Lambert Van Ryswyck verkocht is geworden aan het toenmalig Museum van Oudheden Het Steen, collectie die in 1913 werd overgedragen aan het nieuw opgerichte museum Het Vleeshuis. Het onderzoek tracht een antwoord te vinden op de vraag op welke wijze Lambert Van Ryswyck in het bezit is kunnen komen van dit tegeltableau dat, volgens archivalische bronnen, is geproduceerd in het majolica-atelier Den Salm van Guido Andries in de Kammenstraat.
  5. Met eerst twee, later zelfs drie tegels uit de reeks met ornamentaal decor (zie deel 2) kon een reconstructie gemaakt worden van een aaneensluitende betegeling zoals die er oorspronkelijk mogelijk heeft uitgezien. Twee van de drie tegels zijn deel van een voorstelling gevat in enerzijds een vierkant en anderzijds een rond kader, die de indruk geven van tapijtjes op een ondergrond van tegels met het derde decor. Vandaar de naan “Tegeltapijt” voor deze reconstructie.
  6. Niet alleen bijzonder, maar tevens uniek in het Antwerps gamma van majolicaproducten, zijn de zes huisnaamplaten in majolica, gemaakt op dezelfde wijze als de majolicategel, alleen groter en dikker. Op één uitzondering na tonen ze de naam van het pand en de figuratieve voorstelling van deze huisnaam. “In den Olifant” met de afbeelding van een olifant is wel de bekendste van deze vijf.

    Bezoek het MAS – Museum aan de stroom